|

INVENTARISATIE
(FOKGESCHIKTHEIDSKEURING) - GEDRAGSTEST
Tijdens de inventarisatie vindt ook de gedragstest plaatst , naast de exterieurkeuring.
De gedragstest die de hond dient te ondergaan bestaat uit gevalideerde testonderdelen en zullen volgens de daarvoor gestelde regels worden afgenomen.
Er is voor gekozen de testonderdelen mét de eigenaar van de hond te laten plaatsvinden.
De gedragstest bestaat uit de volgende 9 testonderdelen:
1. Vriendelijke begroeting
2. Het passeren van wapperende doeken
3. Een plots verschijnend object
4. Sirene of toeter
5. Rammelende blikken
6. Inlopen door 3 personen in normale pas
7. Inlopen door 3 personen in versnelde pas
8. Passerende hond (kunsthond)
9. Paraplu
De 2 gedragskeurmeesters vullen per af te leggen testonderdeel afzonderlijk van elkaar een observatieformulier in, waarbij de door hen genoteerde bevindingen uiteindelijk in het gedragsrapport tot een conclusie per testonderdeel worden verwerkt. Het geheel aan type conclusies bepaald het eindoordeel, dit kan zijn 'voldoende', 'onvoldoende' of 'geen oordel'.
Uitleg van de term 'onzeker':
Op het gedragsrapport treft u o.a. de term 'onzeker' aan.
Onzeker heeft naar menselijke begrippen een negatieve klank, echter in het beschrijven van hondengedrag is dit de meest positieve beoordeling. Een hond die onzeker scoort, laat met allerlei signalen zien dat hij min of meer wat met de prikkel doet. Het laat hem niet onverschillig, dat kan zijn in de vorm van bijvoorbeeld: bekaflikken, gapen, tongelen, pootje heffen, slikken, bek sluiten, orenspel, gaan staan naast, tegen of achter de geleider, enz. Een hond die 'Zeker' scoort is niet onder de indruk van alle prikkels die hem aangeboden worden, heeft niet de steun van zijn baas nodig, en redt zich prima alleen. Dat is niet de makkelijkste hond om binnen een gezin te functioneren, en dat is toch de plek waar de meeste honden na hun periode bij de fokker terecht komen.
Vandaar dat 'Onzeker' de meest wenselijke uitslag op het gedragsrapport is.
Doel van de gedragstest:
De test zal worden gezien als een inventarisatie met betrekking tot de diverse karaktereigenschappen van de populatie. Er is afgesproken dat met de normering soepel zal worden omgegaan, en dat alleen excessen (waarvan iederéén kan zien dat ze afwijkend gedrag vertonen) zullen worden afgewezen, maar dat gebeurde in het verleden ook wanneer een hond tijdens de exterieurkeuring afwijkend gedrag vertoonde.
De gedragstest is tot op heden nog niet geëvalueerd en kan derhalve nog niet als officieel bepalend voor de uitslag van de IV aangemerkt worden.
Voortgaande ontwikkeling gedragstest:
Het bestuur is in overleg met de door de Raad van Beheer erkende keurmeester mevr. Gerda Kanis-van Dijck, die tot op heden samen met mevr. L. Scholing-Zantingh de gedragstest tijdens de IV afnemen, bezig gegaan met het ontwikkelen van een verantwoorde test, zodat gaandeweg een meetinstrument in handen verkregen wordt, om voor de fokwaarde van de hond, het gedrag te kunnen schatten.
Het bestuur acht mevr. Kanis-van Dijck bij uitstek in staat om een gedragstest, geënt op onze Zwitserse Witte Herders, te kunnen ontwikkelen en haar daarbij dus te adviseren. Zij fungeert al jaren als gedragskeurmeester voor de Raad van Beheer en neemt bij verschillende rassen zelfs de veel uitgebreidere volledige MAG-test af (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag-test).
Bovendien heeft zij ervaring met het ontwikkelen van testen voor andere rasverenigingen, testen die dus speciaal zijn afgestemd op een bepaald ras. Zij kent de Zwitserse Witte Herder en heeft zich de rasstandaard en de karakterbeschrijving van ons ras eigen gemaakt.
De gedragstest bestaat voorlopig uit een aantal onderdelen, die ook in andere tests voorkomen en waarmee dus al ervaring is opgedaan. Deze onderdelen staan op het gedragsrapport vermeld, zoals vriendelijke benadering, het inlopen op de hond in 2 verschillende tempo's, één of twee testen met gezichtsprikkels, één of twee testen met geluidsprikkels en waar de geleider bij is.
Het meten van het gedrag van de ter inventarisatie aangeboden honden tijdens deze gedragstest, met de daarop volgende conclusies, menen wij volledig aan de deskundige mevr. Kanis-van Dijck, over te kunnen laten. De volgende stap is dan de gedragstest te evalueren met fokkers en dekreuhouders tijdens een fokkersoverleg, om vervolgens tot een besluit tekomen.
Het bestuur en de Rascommissie van de ZWHVN
|