Schapen drijven

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Met het trainen voor het schapendrijven kan worden begonnen op de leeftijd van ongeveer een jaar. Snuffelen aan de schapen kan bij ongeveer 4 maanden.

De hond mee genomen naar een koppel van ongeveer 10 schapen en los gelaten. Dit moeten wel schapen zijndie honden gewend zijn en zeker niet bokken tegen een puppy. Schade op jonge leeftijd kan grote gevolgen hebben. Daarom, ga altijd naar een ervaren handler, om de eerste paar keren zo prettig mogelijk te laten verlopen. Roep de hond een paar keer terug en laat hem liggen.

Een hond van vier maanden is nog maar een pup, verwacht dan ook niet het uiterste en laat de pup dan ook hooguit 5 tot 8 minuten bij de schapen. Het blijkt snel genoeg of de hond aanleg heeft of niet. Zet niet teveel druk op de hond, schreeuw niet, beloon het gedrag uitbundig.

Bij schapendrijven worden er stem- en de fluitcommando’s gebruikt in verband met de afstanden waarop gewerkt word.
Een van de eerste oefeningen is het twaalf uren, de hond op 12 uur van de handler met de schapen er tussen in. Dat kan los maar ook met de schapen in een z.g. flexinet. Door de hond te leren blijven liggen, kan de afstand worden vergroot.
Zo gaat de handler verder met het maken van een achtvorm over het gehele veld, met de schapen achter zich en de hond achter de schapen. De hond moet in het begin zijn positie bepalen, later zal zich hier een balanspunt ontwikkelen.

Schapendrijven als wedstrijdsport is ontstaan uit het dagelijks werk met de hond op de (schapen)boerderij. En zoals het dikwijls gaat, werd ‘s avonds in de kroeg flink opgeschept over de prestaties van de honden. Zo ontstond het idee om in wedstrijden de bekwaamheid van de honden te vergelijken.

Een wedstrijd schapendrijven bestaat uit 7 onderdelen en wordt meestal afgewerkt met 4 of 5 schapen :

  1. De outrun – Tijdens een wedstrijd worden de schapen op het veld gezet op een afstand van de handler en zijn hond; de afstand kan variëren tussen 100 en 500 meter afhankelijk van de klasse waarin gelopen wordt. De outrun is het vertrek van de hond bij zijn baas, waarbij de hond met een grote boog tot achter de schapen loopt. De jury geeft maximaal 20 punten voor de manier waarop de hond tot achter de schapen loopt.
  2. De lift – Nadat de hond achter de schapen is geraakt, moet hij de schapen in beweging brengen. Dit onderdeel wordt de ‘lift’ genoemd en wordt maximaal met 10 punten beloond.
  3. De fetch – Nu is het de bedoeling dat de hond de schapen in een rechte lijn naar de handler brengt. Hierbij moeten ze ongeveer in het midden van het terrein door de zogenoemde ‘fetchpoort’ lopen. Dit zijn 2 hekken die 6 meter van elkaar staan. De 20 punten van dit onderdeel worden toegekend voor de looplijnen, de controle van de hond op de schapen, de manier van werken van de hond en natuurlijk het al dan niet correct passeren door de fetchpoort. De fetch is afgelopen nadat de schapen achter de handler gepasseerd zijn.
  4. De drive – Tijdens de drive moet de hond de schapen schuin naar links of rechts (opgegeven door de jury) wegdrijven naar drivepoort 1. Dit zijn weer 2 hekken met 6 meter tussenruimte die tussen de 70 en de 250 meter van de handler staan. Van drivepoort 1 moet het dan naar drivepoort 2 die helemaal aan de andere kant van het terrein staat. Van drivepoort 2 moeten de schapen naar de sheddingring gebracht worden voor het volgende onderdeel. De drive wordt net als de fetch beoordeeld op looplijnen, het passeren van de poorten, de controle van de hond over de schapen en de manier van werken. Hier zijn echter wel 30 punten te verdienen (of te verliezen).
  5. De shedding – Zodra de schapen in de sheddingring zijn aangekomen (cirkel met diameter van 32 meter) moeten de schapen in 2 groepen gesplitst worden en moet 1 van die groepjes onder controle gehouden worden. Dit alles moet binnen de sheddingring gebeuren. Vanaf dit onderdeel mag de handler zijn plaats verlaten en de hond bijstaan. Er zijn 10 punten te verdienen.
  6. De pen – Nu is het de bedoeling dat de hond de schapen in een hok drijft. De handler moet het hok zelf openen en sluiten, zonder daarbij de schapen aan te raken (ook de poort mag de schapen niet raken). Tot slot moet de hond de schapen opnieuw uit de pen halen om op weg te gaan naar het volgende onderdeel (10 punten).
  7. De single – Dit onderdeel komt enkel voor tijdens klasse III wedstrijden. Het is de bedoeling om één schaap af te zonderen van de rest zonder daarbij een schaap aan te raken. Ook de single moet uitgevoerd worden in de sheddingring (10 punten) Tijdens grote wedstrijden kan daar ook nog een ‘look back’ bijkomen. Tijdens de uitvoering wordt er dan een tweede groep schapen op het terrein gebracht. De hond moet dan zijn eerste schapen achterlaten en die tweede groep gaan ophalen en samenvoegen met de eerste groep.

 

Andere minder bekende vormen van wedstrijden in het schapendrijven zijn het ‘Hollands parcours’ een soort hindernissenparcours en de ‘brace’, een parcours dat met meerdere honden gelijktijdig wordt afgelegd.

Schapendr_wedstr.parcour

Voorbeeld Engels parcour