De oorsprong van deze hondenactiviteit ligt  op Newfoundland, een onherbergzaam eiland voor de oostkust van Canada. Daar was de Newfoundlander (hond) een onmisbare hulp van de vissers. De Newfoundlanders trokken bootjes, sloepen en visnetten aan wal, maar redden ook overboord gevallen zeelieden uit het zilte nat en apporteerden soms geschoten vogels uit het water.

Er drie officiële oefeningen. De eerste is een rubber roeiboot met enige mensen erin ophalen. Daartoe loopt de hond vanaf de kant het water in en zwemt over een afstand van 30 of 50 meter naar de boot, waar de hond een lijn (met of zonder dummy) aangereikt krijgt die aan de boot vastzit. Met de lijn in de bek trekt de hond de boot terug naar de kant. Bij de tweede oefening wordt er van de hond verwacht dat hij over diezelfde afstand vanaf de kant naar een boot zwemt en daar een levensgrote pop ophaalt die is gemaakt van een surfpak, gevuld met piepschuim. Deze ‘drenkeling’ moet de hond, bij zijn arm vasthoudend, naar de wal brengen. Voor de laatste oefening gaat de hond mee de boot in. Eenmaal op afstand aangekomen,  wordt er een dummy overboord gegooid en moet de hond zonder hulp uit de boot springen, de dummy pakken en naar de kant toe brengen. Deze oefening kan ook alleen op commando gebeuren en wordt er geen gebruik gemaakt van een dummy. Het verschil is gelegen in de afstanden die de hond dient te zwemmen. Om afwisseling in het werk te houden en automatisme bij de honden te vermijden, wordt er tijdens het oefenen geen vast programma gehanteerd en diverse voorwerpen en touwen gebruikt. Onder de noemer ‘spelevaren’ kunnen er naast de officiële oefeningen ook nog andere oefeningen worden getraind. Zo kan de hond in het water drijvende echte mensen redden. Dat kan zowel vanuit de boot als vanaf de kant gebeuren. Van de hond wordt verwacht dat hij de persoon aan de hand of met behulp van een door de persoon vastgehouden dummy (voorkomt blauwe plekken) naar de kant sleept. De meer ervaren honden worden ook ingezet om lege boten op te halen.

Met waterwerk kan op jeugdige leeftijd worden begonnen, zodra een pup de vaccinaties heeft gehad, dus vaak al op een leeftijd van twaalf weken. Dat is mogelijk omdat iedere vorm van dwang ontbreekt, plezier in het werk staat voor zowel baas als hond voorop. Of je nu met een pup of een oudere hond start, altijd wordt eerst gekeken of de hond kan zwemmen. De hond wordt opgetild of, ondersteund door een in waterdicht pak gestoken begeleider, langzaam het water mee ingenomen en dan rustig losgelaten richting de wallekant waar zijn baas staat. Als de hond te diep dreigt te zinken wordt hij aan zijn flanken iets omhoog geholpen. Hoewel vrijwel iedere hond in staat is het hoofd boven water te houden, is er wel degelijk verschil tussen zomaar wat door het water ploeteren en geoefend zwemmen. Soms spartelen in het begin alleen de voorpoten en dan wordt de hond rustig geholpen horizontaal te blijven tot hij beseft dat hij ook zijn achterpoten mee kan laten werken. De tweede keer gaat het vaak al een stuk beter een paar keer trainen is vrijwel iedere hond, jong of oud, in staat om een meter of tien zelfstandig naar een boot te zwemmen. De beste zwemmers  houden het bovenste deel van hun rug droog en gaan in een rechte lijn, een teken dat ze voor- en achterpoten alle vier evenredig inzetten. De voorbereidingen op het echte werk vinden thuis plaats. Daar wordt de waterwerker in spé enthousiast gemaakt met een dummy of een ander voorwerp zoals bijv. een touw. Er wordt mee gespeeld en de hond wordt geleerd de dummy of een ander voorwerp vast te houden en te apporteren.

Tijdens het waterwerk draagt de hond een zwemtuig of indien nodig een speciaal zwemvest. Een zwemtuig bestaat uit een borsttuig, dat de vrije beweging op geen enkele manier belemmert. Het tuig is met name bedoeld voor de veiligheid van de hond, iets wat hoog in het vaandel staat. Boven op de rug, net achter de schoft bevindt zich een handvat. Hieraan kan de hond worden geholpen maar ook, in geval van nood, met één beweging de hond uit het water omhoog worden getild. Aan weerszijden hiervan zijn twee drijvende, gekleurde ringen bevestigd waaraan een te redden drenkeling houvast kan vinden.

Als een een hond voor het eerst komt waterwerken zal er eerst gekeken worden hoe de hond zwemt. Nadat is vastgesteld dat de hond goed kan zwemmen neemt de eigenaar van de hond plaats in de boot en wordt de hond aangemoedigd er achteraan te zwemmen terwijl de boot weg roeit. In een later stadium wordt geprobeerd of de hond ook naar een vreemde persoon in de boot zal zwemmen. In het begin gaat het maar om een kort stukje, welke langzamerhand wordt verlengd tot de vereiste afstand van 50 meter. Bij de boot aangekomen krijgt de hond de dummy of het touw en wordt door de op de kant achtergebleven de geleider of bekende terug geroepen. Mocht de hond nog te jong zijn om een boot te mogen trekken dan krijgt de hond, om er gelijk aan te wennen dat er op de terugweg iets achter hem aansleept, een dummy aangereikt waar een licht surfboardje aan bevestigd is of mag de boot worden ‘getrokken’ terwijl er wordt mee geroeid. Tot de hond de nodige ervaring heeft opgedaan komt er dus geen kracht bij kijken met uitzondering van de kracht die het zwemmen zelf vereist.
Ook het uit de boot springen wordt langzaam opgebouwd, eerst met hulp en pas later mag de hond de sprong alleen wagen. Spelenderwijs leren is alles wat nodig is om een goede waterwerker te worden.

Behalve het simpele feit  dat het merendeel van de honden waterwerk geweldig vinden, zijn er meer redenen te bedenken om deze aparte tak van "hondensport" te gaan beoefenen. Zwemmen is een uitstekende bewegingsvorm die zorgt voor een goed gespierde hond zonder het dier te veel te belasten. En een goede bespiering kan ervoor zorgdragen voor een goede ondersteuning van het beendergestel.

Een andere reden is de betere controle over de hond. Niet iedere baas is er blij mee dat hun hond in iedere baggersloot springt, of dat de hond het water instapt en onder geen voorwaarde meer te bewegen is er weer uit te komen. Door de hond leren dummy’s en andere voorwerpen uit het water te apporteren en het water te verbinden aan nog veel leukere dingen dan alleen maar zwemmen, is dit gedrag onder in goede banen te leiden en onder controle te krijgen.