Heupdysplasie (HD)

HD is een erfelijke aandoening en komt voor bij grote en kleine rassen en kruisingen. Honden worden niet geboren met HD. In de tijd ontwikkelt zich de aandoening, het is een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht.

Het heupgewricht is een kogelgewricht, waarbij de kop van het dijbeen vrijwel naadloos aansluit aan de vorm van de kom van de heup, met een ruimte ertussen voor wat smeer.

Het optreden van HD wordt niet alleen door erfelijke invloeden bepaald. Zaken als groeisnelheid (deels erfelijk bepaald), lichaamsgewicht, voeding, bewegingspatroon en omgevingsfactoren leveren ook een bijdrage aan het ontstaan van HD.

Uit de praktijk blijkt, dat op het gebied van de niet erfelijke factoren ook fouten worden gemaakt. ‘Voorkomen’ is hierdoor een zeer belangrijk aandachtspunt.

Heupdysplasie wordt gekenmerkt door een of meer van volgende symptomen:

  • waggelende, onzeker gang
  • moeilijkheden bij rechtkomen
  • ochtendstijfheid die na wat beweging verdwijnt
  • slepen van de achterpoten na fysische inspanning
  • tegenzin voor rechtkomen, lopen, springen, etc.
  • pijn in de heupen, hoofdzakelijk bij koud en vochtig weer
  • wegkwijnen van de bilspieren, eenzijdig of langs beide kanten
  • gedeeltelijke of gehele achterhandverlamming

Zoals bij veel skeletaandoeningen is de ernst van de symptomen niet steeds in verhouding met de graad van het letsel. Het kan dus gebeuren dat een hond met zware heupdysplasie er ogenschijnlijk weinig last van ondervindt. Omgekeerd geven kleine letsels soms vrij uitgesproken symptomen. Sommige symptomen kunnen zich reeds manifesteren op jonge leeftijd, andere symptomen eerst op latere leeftijd.

Heupgewricht Normaal en HD-vorm

Wat tot het ontstaan van HD kan bijdragen is het verschil in ontwikkelingssnelheid van botmateriaal, pezen, spieren, kapsels en banden in relatie tot de ontwikkeling van het lichaamsgewicht. Als dit niet gelijkmatig verloopt zullen belastingen op het bot nog niet verwerkt kunnen worden, dan is er sprake van overbelasting. Groeisnelheid is deels genetisch bepaald en verder door de energieconcentratie en de hoeveelheid van voeding.

Waak er voor een pup niet te overvoeren met kilocalorieën. Zo kunnen er energie(vet)reserves opgebouwd worden, die aangewend worden om ongewenste groeipieken door te maken, door toename van het lichaamsgewicht kunnen gewrichten worden overbelast.

Honden zijn slanke en lenige dieren. In principe moet je de laatste ribben van de hond/pup eenvoudig door de huid kunnen voelen. Voor pups is er speciale pupvoer, met een uitgebalanceerd energiegehalte ontwikkeld en verkrijgbaar. Ook het geven van toevoegingen bij de voeding, preparaten die calcium en /of vitamine D bevatten zijn af te raden. Pups die gevoelig zijn voor skeletaandoeningen moeten zelfs met een relatief calciumarme voeding gevoerd worden. Eiwitten zijn van belang voor het skelet en een goede ontwikkeling van het spierstelsel. Het zijn de spieren die voor de stabiliteit van het skelet zorgen. Het is ook bewezen dat honden met een goede spiermassa minder snel of minder ernstige HD ontwikkelen.

Een te hoge groeisnelheid kan ervoor zorgen dat de ontwikkeling van spieren achter blijft waardoor instabiliteit van gewrichten kan optreden.

Bij o.a. honden die ingezet gaan worden voor de fokkerij wordt de kwaliteit van de heupen vastgesteld door middel van een röntgenologisch onderzoek.

HD-foto's

HD-foto's

Deze officiële röntgenfoto's moeten voldoen aan bepaalde technische normen en worden dan ter beoordeling voorgelegd aan de sectie orthopedie van de afdeling GGW van de Raad van Beheer.
De mate van HD wordt dan volgens een internationaal erkende FCI-norm geclassificeerd.
Deze norm is in 1983 ontwikkeld en nog eens in 1991 herzien. De classificatie kent de volgende graderingen voor honden geröntgend op een leeftijd tussen de 1 en 2 jaar:

  • HD A - vrij
  • HD B - vrijwel normale gewrichten
  • HD C - milde vorm van HD
  • HD D - duidelijke HD
  • HD E - ernstige HD

De prognose van een hond met HD is complex. Veel zal afhangen van variabelen zoals leeftijd, karakter, conditie, behandelingsmogelijkheden en de nazorg. Ook zijn er seizoensinvloeden aanwezig.

De behandeling van HD is gericht op het verminderen van de klachten die het dier ondervindt en het vertragen van de ontwikkeling van de aandoening. Het zal duidelijk zijn dat er geen enkele behandeling is die, in het geval van HD, de normale functie van het gewricht volledig kan herstellen.

Behandeling kan bestaan uit een combinatie van behandelingen, zonder of met medicatie en/of chirurgische ingreep.
Zonder medicatie bij jonge honden is gericht op: een gematigd groeitempo, gerichte, soort en mate van beweging, type ondergrond terrein, goede lichaamsconditie en geen overgewicht, goede spierontwikkeling. Rechtlijnige beweging en zwemmen in niet te koud water en met een geleidelijke in-/uitloop mogelijkheid van wal/water.
Overgewicht is ongewenst in de groeifase, te veel calorieën maken een hoog groeitempo mogelijk. Dit verhoogd het risico op HD (en elleboogdysplasie ED).

Voor de oudere hond richt de behandeling zonder medicatie zich meer op de preventie: het voorkomen van overgewicht, het gerichte bewegen/training en huisvesting die beschermd tegen koude, vocht en tocht.

Medicijnen zijn in een aantal categorieën onder te verdelen: zuivere pijnstilling, ter verhoging van de levenskwaliteit van de hond. Met een complexere werking die ontsteking(en) remmen en ook pijnstillend werken. Dit soort medicamenten moeten strikt begeleid worden omdat bijwerkingen kunnen optreden. Pijnbestrijding is uit ethisch oogpunt absoluut gewenst om de levenskwaliteit van de hond te verbeteren maar hierdoor kan de hond zich overbelasten. De eigenaar van de hond zal de beweging dus moeten blijven doseren.

En ‘Zelf dokteren’ is zeer onverstandig.

Chirurgie is wel de meest ingrijpende vorm en dient dan ook zeer zorgvuldig overwogen te worden. Helaas komt het voor dat te snel of te onzorgvuldig voor een chirurgische behandeling wordt gekozen, waardoor de resultaten later tegen kunnen vallen.

Bij volwassen honden zijn de chirurgische mogelijkheden beperkt. Bij niet al te zware honden kan in ernstige gevallen besloten worden tot het verwijderen van de heupkop waarna een bindweefselgewricht ontstaat. Dit kan het dier van een hoop ongemak afhelpen.
In andere gevallen is soms een vervanging van het aangetaste heupgewricht door een kunstgewricht de enig optie. De techniek is goed ontwikkeld, de kosten zijn hoog en er is kans op complicaties.

Bij jonge honden zijn er meer behandelingsmogelijkheden. Door chirurgie van bepaalde pezen of spieren kan het functioneren van heupgewricht beïnvloed worden.
Ook een bekkenkanteling kan uitkomst brengen bij nog niet volgroeide honden. Hierbij wordt de kom van het heupgewricht losgemaakt en onder een bepaalde hoek weer teruggeplaatst;  geeft verbetering van stabiliteit van het heupgewricht.
Een ontwikkeling is die waarbij op een jonge leeftijd de sluitingsnaad van het bekken thermisch wordt behandeld zodat het bekken in een iets andere vorm doorgroeit. Hierbij zullen de heupkommen zich wat verder over de heupkop begeven. Voor deze ingreep is wel een vroege diagnostiek vereist, namelijk op een leeftijd van 4 maanden.

Sinds de jaren ‘50 is bekend dat HD een erfelijke achtergrond heeft en dat de ziekte door meerdere genen wordt beïnvloed. Hierdoor kan de uiting van HD zo verschillende zijn, ondanks vergelijkbare genetische achtergrond. In welke mate de dieren het krijgen, indien ze genetisch belast zijn, blijft moeilijk voorspelbaar.

Zo lang HD voorkomt, is het nemen van verantwoorde selectiemaatregelen binnen de fokkerij tot vermindering/het voorkomen van HD, zeer van belang voor het ras!

De benaming betreffende de beoordeling van HD zijn in Nederland aangepast aan de geldende normen van de andere FCI landen. Dat wil zeggen: de beoordeling wordt gedaan aan de hand van één foto, de gestrekte houding.

HD-gradaties

De FCI-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit de bij de FCI aangesloten landen te vergelijken. Bij de beoordeling van de HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkoppen en de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de koppen in de kommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen wordt onder andere verkregen uit de 'Norbergwaarde'. De Norbergwaarden van beide heupgewrichten worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde 'som Norbergwaarden'. Bij een normaal gewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe kommen en/of een slechtere aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.

Een normale of zelfs hoge waarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge waarde, leiden tot een (licht) HD-positief  beoordeling.
Op de HD-uitslag van de Raad van Beheer wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruisen van 'onvoldoende' of 'slechte' aansluiting.

Daarnaast wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van botwoekeringen. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijking en de uitslag:

  • zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD-B
  • lichte botafwijkingen (2) leiden tot de beoordeling HD-C
  • en ernstige botafwijkingen (3) leiden tot de uitslag HD-D

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde beoordeling kan bepaald zijn door:

  • uitsluitend de diepte van de kommen
  • de aansluiting van de gewrichtsdelen
  • de aanwezigheid van botwoekeringen
  • door een combinatie van twee of alle drie onderdelen

De ZWHVN keurt honden met een HD-A en een HD-B beoordeling goed voor de fokkerij. (Dit komt overeen met de vroegere beoordeling HD en HD Tc)

Honden met een HD-C, HD-D of HD-E beoordeling worden uitgesloten van de fokkerij.

Rontgen van de hond

Rontgen van de hond

Nadat de röntgenfoto's bij de dierenarts zijn gemaakt, zijn eigenaren natuurlijk zeer benieuwd naar het vervolg van het onderzoek door de Raad van Beheer en wachten met spanning op de uitslag.
Eigenaren kunnen de status van de lopende HD onderzoeken online bekijken via de website van de Raad van Beheer (www.raadvanbeheer.nl).
Aan de hand van het onderzoeksnummer dat via de dierenarts wordt ontvangen kan de status van het onderzoek eenvoudig worden gevolgd en heeft men tevens een indicatie wanneer de beoordelingsuitslag kan worden verwacht.

De status van de HD onderzoeken wordt dagelijks bijgewerkt. De getoonde status betreft dus de meest actuele stand van zaken. Telefonisch contact met afdeling GGW is hierdoor in principe overbodig geworden. Status HD

De ZWHVN publiceert de complete HD uitslagen in haar clubblad.